weekblad-logo

week 47-2019

Fotoquiz snelste

De snelste met het juiste antwoord op de foto van vorige week was Ria Scharn. De nieuwe opgave komt dan ook van haar. Dit is een tamelijk recente foto maar ook al weer geschiedenis. Alles wat we hierover nog meer zeggen verklapt te veel. De vraag is:

Welke brug is dit?
Voor welk soort voertuigen liggen hier rails?

Facultatief:

Waaróm liggen hier rails?

Dat is natuurlijk weer eens cryptisch: waarvoor? en waarom? Even over nadenken!

Oplossingen via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

De gracht is te breed voor eentje in de oude stad, dus waarschijnlijk een hoofdgracht. In de Derde Uitleg werden gangen ontraden, in de Vierde pas verboden, dus hoogstens een locatie tussen Leidsegracht en Brouwersgracht.
In de Beeldbank vraagt u om een selectie van een willekeurige hoofdgracht, bijvoorbeeld 'Herengracht', om foto's en geselecteerd op 'datering'. De foto is in staand formaat, waarvan er gelukkig niet zo veel zijn. Ons kostte het net 4 minuten om de foto te vinden. Maar ja..., in de opgave staat dat de locatie (Herengracht) niet juist is. Ria 'wandelde' met Street View de grachten langs en kwam tot Keizersgracht 432. De snelheid waarmee het antwoord kwam doet ons aan hekserij denken. Ze bekende dat ze het geluk had dat alle gevels er nog net zo stonden.

Wel flink onttakeld als we bekijken wat er volgens het Grachtenboek ooit stond. Links stond een rij van drie huizen met een prachtige verhoogde (halve cirkel) kroonlijst. Ze werden in 1720 gebouwd ter vervanging van een rijtje eenvoudiger huisjes. Rechts een dubbel koopmanshuis dat in 1666 eveneens enkele oude huizen verving. Opdrachtgevers waren Pieter Keyser en de weduwe van Anthonie van Stierum. Hiervan sneuvelde in 1897 de enorme versiering van de lijst met twee eenhoorns. Het pand heette daar dan ook naar: daar de twee witte eenhoorns aan de gevels leggen (bron: amsterdamsegrachtenhuizen.nl). In het midden 'ons' huis nr.432, ook al herbouwd en wel in 1720, ter vervanging van een huis uit 1630. In de 19de eeuw werd de geveltop gewijzigd van fraaie halsgevel tot goedkope bakstenen variant. Het is een koetshuis met bovenwoningen. In de Vierde Uitleg maakten ze een speciale straat voor dit soort huizen: de Kerkstraat maar in de Derde stonden dit soort huizen gewoon tussen de chique grachtenpanden.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Deze opgave was zó moeilijk dat twee deelnemers zich boos uit de mailinglijst lieten schrappen. Nooit meer zulke moeilijke opgaven bedenken, a.u.b.!

Goede oplossingen kwamen van Ria Scharn, Adrie de Koning, Anje Belmon en Mike Man. Allen inclusief het juiste huisnummer.

Fotoquiz: Pieter's keuze


Pieter was weer op pad in Amsterdam. Hij wil het volgende van u weten:

Waar is dit?

Oplossingen graag via deze link

Foto: Pieter Klein

Oplossing: Ton's keuze

Ton Brosse moet je gewoon in de smiezen hebben. Zijn foto's staan ook op zijn eigen site, ontdekte Anje Belmon. Even scrollen en daar is de foto met een hele serie andere van het Rijksmuseum.

Foto: Ton Brosse

Goede oplossingen kwamen van Anneke Huijser, Anje Belmon, Jos Mol, Mike Man,

Heeft u ook een opvallende foto gevonden?

Laat ons meegenieten en stuur hem naar de redactie. Graag via deze link en alléén via deze link a.u.b.
Blijf sturen, zodat wij de aantrekkelijkste platen kunnen kiezen.

Fotoquiz Waar? Wat?

Twee bewapende militairen bij een koets. Geldtransport? Wij willen het volgende van u weten:

In welke straat staat deze koets?

Voor u gaat zoeken, het gebouw achter de koets staat er niet meer. Zelfs de opvolger is al weer vervangen.

Waarom de bewapende militairen bij deze koets?

Oplossingen graag via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

Niet zo moeilijk, deze Jordaangracht. Gezien de kwaliteit van de foto een niet gedempte gracht. In combinatie met het fabriekspand rechts kwam men al gauw op de Looiersgracht uit met de suikerwarenfabriek van Klene. Wij hadden de tekst 'KLENE" op de gevel onleesbaar gemaakt maar dat kon weinigen van de wijs brengen.
Het meest rechtse pand is gebouw Hercules, links onder nog eens op foto. Rechts daarvan de huidige situatie.

Foto's: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Harry Snijder, Carol de Vries, Anneke Huijser, Cor van Duinen, Adrie de Koning, Ton Brosse, Han Mannaert, Robert Raat, Jos Mol, Ria Scharn, Onno Boers, Anje Belmon, Otto Meyer, Mike Man,

Met de camera op pad...

Dit hoekje heeft u al eerder in deze quiz gezien, maar niet van deze hoek. Weet u waar dit is?

Waar is dit?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Foto van vorige week

De eerste hint moest u snel naar de Jordaan leiden, alhoewel er natuurlijk een eeuw geleden meer afgetrapte buurten waren. Nu vertonen alle straten en grachten van de Jordaan een scherpe hoek, daar waar ze op de Prinsen- of Lijnbaansgracht uitkomen. Zo niet deze! Er komen er echter ook een paar uit op de Brouwersgracht en daar moeten we dan ook zoeken, In dit geval is het de (gedempte) Palmgracht met de huizen 1-5. Links de huizen aan de Brouwersgracht

De tweede hint, die van het reclamebord, ging over het daar afgebeelde radiotoestel Paladin 2514, het 'roggebroodje'. Dit was het eerste radiotoestel met ingebouwde wisselstroom-voeding. Daarvóór moest die apart gekocht worden en stond los van de radio in de huiskamer. Philips was zo trots op deze noviteit dat in elke reclame de steker in het stopcontact duidelijk in beeld werd gebracht. De losse speaker was van het type 2002 tot 2006. Het ontwerp was van Ir. Kalff en Philips maakte de toestellen in hun NSF-fabriek in Hilversum. Binnen vijf jaar werden er door heel Europa een miljoen van verkocht.
Enkele jaren na introductie kon men de radio ingebouwd in een fraai meubeltje kopen, o.a. bij Brandsteder in Amsterdam.

Palmgracht 1 en 3 zijn in 2008 herbouwd met enkele fragmenten uit slooppanden, zo vertelde o.a. Onno Boers. Zo kreeg nr.1 een timpaan met een versiering 'Suyker Ried' afkomstig van Nieuwe Herengracht 173, dat in 1964 werd afgebroken voor de aanleg van de Anne Frankstraat. In nr.3 een gevelsteen de Palmboom (véél te hoog aangebracht volgens Onno) die afkomstig is van Lijnbaansgracht 158. Tussen deze beide locaties prijkte de steen ook nog even op de achtergevel van Prinsengracht 305.

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Anneke Huijser, Jos Mol, Adrie de Koning, Han Mannaert, Onno Boers, Ria Scharn, Ton Brosse, Jan Snijders, Mike Man, Anje Belmon, Anthony Kolder,

Hulp gevraagd... en gekregen

Twee weken terug belichtten wij Jacob Nienhuys die de Deli Maatschappij oprichtte. Hij ondernam meer dan alleen zakelijke projecten, hij richtte in 1893 de Maatschappij voor Volkswoningen op en stortte zelf ƒ100.000,- tegen een maximale rente van 2%. Alle overige winst diende terug te vloeien naar de maatschappij. Nienhuys als filantroop!
De maatschappij kocht in 1894 een eerste grondstuk aan de Hugo de Grootkade en bouwde een eerste woonblok. Door de huurprijzen was dit geen project voor de laagstbetaalden maar voor geschoolde arbeiders en middenklasse. In 1903 volgde een tweede woonblok met gemeenschapshuis en badhuis. Het hoofdgebouw stond in de Van Reigersbergenstraat met het huisnummer 65. Dat is het gebouw van de foto hiernaast. Klik de foto hieronder voor meer info.

  • Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

redactioneel

Amsterdamse burgemeesters in de 17de en 18de eeuw

Reynier Pauw (1564-1636)

Dit vroedschapslid kwam vorige week al ter sprake toen hij zich in het stadsbestuur tegenover de gematigde Hooft positioneerde. Wij zagen dat de jonge Republiek zich onder de leiding van prins Maurits in een steeds hardere, conservatieve lijn gingen ontwikkelen. Pauw spon goed garen met zijn houding en overklaste de libertijnse factie jarenlang.
Reynier was de zoon van Adriaen Pauw, graanhandelaar en oorspronkelijk afkomstig uit Gouda en al vroeg naar Amsterdam verhuisd. Toen Alva in 1568 naar Amsterdam optrok moest hij de stad ontvluchten en keerde pas na 1578 terug. Als 'Oude Geus' genoot hij aanzien en zoon Reynier profiteerde volop van deze faam.
In 1590 werd Pauw schepen en in 1591 werd hij benoemd in de vroedschap.

Benoemingen tot burgemeester: 1605, 1609, 1611, 1614, 1616, 1617, 1619, 1620

Zoals gewoon komen de afbeeldingen uit de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, tenzij anders vermeld

Een uitgebreide lijst van alle burgemeesters van Amsterdam op Wikipedia

Reynier Pauw werd in 1564 in Amsterdam geboren en volgde zijn vader op in een succesvolle handelsfirma. Hij woonde in de Warmoesstraat. In 1597 nam hij deel aan een handelsonderneming naar Brazilië en in 1599 werd hij bewindhebber van de Compagnie van Verre, die mede werd opgericht door de eveneens uit Gouda afkomstige Cornelis de Houtman, goede vriend van vader Adriaen.
In 1602 was Pauw een van de voornaamste deelnemers aan de VOC. De blik wijzigde van richting Oostzee naar de verre Oost, naar Portugals Indië. Een groot reder dus! Hij verhuisde naar het Singel 200 (de Karsseboom) waar hij, net als Hooft, een groot woonhuis met aangrenzende pakhuizen kocht.

Pauw was een voorvechter van de 'ware religie'. Hij was driftig, onstuimig, hartstochtelijk, heerszuchtig en onverdraagzaam. Als iemand een andere mening toegedaan was of de stad in een andere richting wenste te leiden, kon hij woest interrumperen en hij zag er geen been in om ieder die hem in de vroedschap in de weg liep uit te schelden en tot op het bot te beledigen. In ongeveer alles een tegenpool van Cornelis Hooft en het is daarom opvallend dat Pauw tegen de streken van Oetgens en Cromhout één lijn trok met Hooft.

Links een boekje of brochure met een reisverslag van de eerste reis naar de Oost en waarin de oprichting van de Compagnie van Verre gepropageerd werd (KB)

Op het schilderij vijf generaties Pauw; in het midden Reynier, links van hem zijn vader Adriaen, rechts zijn zoon Mr. Reynier Reyniersz en de jongere garde Dirk en Johan (Rijksmuseum Twenthe).

De grootste triomf vierde Pauw na 1617, toen Maurits Oldenbarnevelt buitenspel zette en liet veroordelen wegens landverraad. In die jaren correspondeerde Pauw regelmatig met Maurits, correspondentie die allemaal bewaard is gebleven. Zoals we vorige week al zagen kwam Maurits persoonlijk 'de wet verzetten' wat inhield dat alle 'afvallige' burgemeesters, vroedschapsleden en schepenen uit hun functie werden gezet. Pauw wees ze aan! Vrienden en aanhangers van Oldenbarnevelt werden gevangengezet, alhoewel daarvan in Amsterdam geen voorbeelden zijn zoals in Utrecht (Hogerbeets) en Rotterdam (Hugo de Groot). Pauw was vanaf 1617 oppermachtig in het stadsbestuur. Ook landelijk deed hij van zich spreken en zonder de fanatieke inmenging van Pauw was Oldenbarnevelt mogelijk niet ter dood veroordeeld. Pauw nam zitting in de rechtbank die hem veroordeelde. Van Maurits hoefde dat zeker niet. Als hij de invloed van de oude man kon inperken waren de kwaliteiten best te gebruiken. Niet voor niets klaagde Maurits, na de dood van Oldenbarnevelt, dat de geldzorgen heel wat minder groot waren toen 'het oude hondsvot' nog leefde.

Spotprent over Maurits die door het hele land zuiveringen doorvoertom politieke tegenstanders uit te schakelen

Pauw benoemde op zeven vrijgekomen plaatsen familieleden en betrouwbare kennissen in de Vroedschap. Van het automatisch aftreden na een jaar als burgemeester was ook even geen sprake. Verder werd hij afgevaardigde naar de Staten van Holland en gedeputeerde in de Staten-Generaal. Daar forceerde hij de oprichting van de West-Indische Compagnie, een onderneming die door Oldenbarnevelt jaren was tegengehouden maar zozeer door Amsterdam gewenst werd.
Toen de rust in het land terugkeerde, verloor Pauw aanzien in Den Haag. Zijn macht brokkelde af en dat wordt het beste geïllustreerd door het afwijzen van zijn zoon als nieuwe hoofdschout van Amsterdam (door de stadhouder te benoemen). Zelfs in Amsterdam taande zijn macht. Na de troebelen voorbij waren, wilden de Raden weer geld verdienen en schoven langzaam weer op in libertijnse richting. Zij benoemden Pauw tot speciale ambassadeur in Bremen om een alliantie te sluiten met de koningen van Denemarken en Noorwegen. Dat betekende gelijk dat hij in 1621 niet meer tot burgemeester benoemd werd. Pauw vond de eerder verketterde Oetgens en Cromhout tegenover zich en deze keer beet hij in het stof.

De libertijnse lijn van het stadsbestuur werd weer opgepakt nadat Maurits in 1627 overleed. Geen Remonstrant had meer iets te vrezen. Wat door al deze soesa bereikt was, was dat het Amsterdamse stadsbestuur zich na 1617 nooit meer met de inhoud van de kerkelijke leer bemoeide. Wel werd het de gewoonte de hoogdravende eisen van de Calvinisten te negeren.
In 1628 probeerde Pauw zijn invloed in Amsterdam te herwinnen. Hij trachtte de schutterij tegen de lakse burgemeesters en vroedschap op te zetten, wat jammerlijk mislukte. Hij had zich met zijn cholerische karakter zó gehaat gemaakt dat nooit meer iemand van de familie Pauw een functie in de stad bekleedde.

Brahms dirigeert in Amsterdam (31-01-1881)

Op 31 januari 1881 zou Brahms (portret links) in Amsterdam eigen werk komen dirigeren. Muziekliefhebbers waren opgewonden: welk een eer! De verwachte toeloop was groot dus de concertzalen van Felix en Odeon waren veel te klein. Het Paleis voor Volksvlijt was langdurig bezet en het Concertgebouw was nog lang niet klaar. Dus week men uit naar de Parkzaal aan de Plantage Doklaan. Ook die was niet ideaal, wegens de veel te kleine orkestbak. Bij een beetje groot orkest, en dat was bij Brahms zeker te verwachten, puilde de orkestbak uit en moesten violisten uitwijken naar de zaal. Daar ontbeerden zij de geluidsversterking door de grote nis achter de orkestbak en viel hun bijdrage magertjes uit. Nog een probleem met de Parkzaal: er was geen garderobe en geen vestibule. Keuken, buffet en toiletten daarentegen grensden direct aan de zaal met al het bijbehorende lawaai van dien. Zodra ook nog een koor nodig was stonden de uitvoerende als haringen in een ton.
In 1881 was het nog volop de gewoonte tijdens het hele concert - of wat er ook georganiseerd werd - het buffet open te houden en in de zaal uit te serveren. Als de belangstelling gering was, bleven zelfs de tafels met stoelen eromheen staan, zoals op bovenstaande litho naar een tekening van Pierre Tetar van Elven te zien is. Bij grote bezoekersaantallen, zoals bij Brahms te verwachten was, werden rijen losse stoelen neergezet, zoals op onderstaande houtgravure (SAA) te zien is.
Het lawaai van het buffet werd tijdens het concert van Brahms als ergerlijk ervaren. Leergeld voor het Concertgebouw in aanbouw. Het eerste jaar (1888) stonden ook daar tafels en stoelen maar dirigent Willem Kes (portret rechts) verbande deze attributen binnen een jaar uit de zaal. Er mochten alleen rijen stoelen voor aandachtig luisterende bezoekers staan die alleen in de pauze een versnapering konden halen. En kletsen tijdens het concert was er ook niet bij. Het zal vast een cultuurschok geweest zijn.

Brahms bracht zijn twee jaar daarvoor gecomponeerde Festliche Ouverture (opus 80) en de Tragische Ouverture (opus 81) ten gehore. Die had hij geschreven ter gelegenheid van het eredoctoraat dat hij in 1879 kreeg van de universiteit van Breslau. Daarna luisterde men naar het 2e pianoconcert (opus 83) met Brahms zelf aan de piano. Allemaal heel recent werk dus; aan het pianoconcert heeft Brahms - na dit concert - zelfs nog gesleuteld. De criticus (anoniem) van de Amsterdamsche Courant was laaiend. Hij stelde vast dat het orkest, ondanks nauwelijks te hebben gerepeteerd onder Brahms' leiding, voorbeeldig en gepassioneerd had gespeeld. Dirigent en orkest kregen een staande ovatie en in dié jaren was dat alleen weggelegd voor uitzonderlijke prestaties. Alhoewel het concert hierna nog niet afgelopen was, werd Brahms eerst uitgebreid geëerd met lauwerkrans en toespraak. Daarna nam Johannes Verhulst (portret), vaste dirigent van Diligentia, de baton over en zette het concert voort met de Ouverture Leonore (opus 72) van Beethoven. Het was me het muziekavondje wèl!

Column: Beeldig -2

et was woensdagmiddag. Kleine Daan liep naar Opa. ‘Vandaag gaan we niet wandelen, Daan,’ zei Opa. Kleine Daan trok al een pruillipje, maar Opa vervolgde: ‘Vandaag gaan we niet te voet want ik heb last van een ingegroeide nagel, vandaag gaan we met een bijzonder vervoermiddel; een vriend van mij, Joop, heeft een vervoersbedrijfje en komt ons zo halen.’ Vijf minuten later werd er aangebeld, Kleine Daan en Opa namen afscheid van Oma Matilde en gingen naar buiten. Daar stond een heuse riksja of fietstaxi! ‘Wauw!’schreeuwde Kleine Daan. Opa gaf Joop - die vandaag zelf de fietstaxi bestuurde - een hand, Joop gaf Daantje een boks en hoppa, daar gingen ze!
Kleine Daan kraaide van plezier en keek zijn ogen uit. Joop was duidelijk een enorme fietstaxi- professional want hij snelde met veel souplesse door het verkeer, pikte af en toe de trambaan of een stukje trottoir mee, maar een kniesoor die daar op lette. Onderwijl hadden de twee Danen het nog even over de grappige beeldjes die ze vorig week ontwaarden op het Leidsebosje en op de dakgoot van Paradiso, te weten Het Zagertje en Stadswaker Eberhard van der Laan. En natuurlijk het muurklimmertje in de Anjeliersstraat (zo prima geraden door Anje en Mike). ‘Kijk Opa, daar!’

Daantje wees op de dakgevel van Singel 36. ‘Een liggende meneer met vleugels aan zijn hoed net als Asterix, en een bruine kip. ’Da’s Mercurius, de god van de handel. Dat pand is al weer tweeëneenhalve eeuw oud, Daan, het is gebouwd door zo’n scheepsmakelaar.’ Bij nummer 266 joelde Daantje: ‘Dat is Oekie, onze kat!’ Opa glimlachte.
‘Opletten nu!’ Ze reden over de Kromme Waal waar een groot beeld stond boven het café op de hoek. ‘Wat is dat Oop?’ ‘Ze wijzen of kijken met zijn drietjes naar iets dat deze maand belangrijk is!’ ‘Sinterklaas!!’ ‘Juist!’ Even later kwamen ze bij een hoge pilaar met daarop weer een paar klimmertjes. ‘Wat is dat nu weer Opi?’ Opa stapte uit en ging op een bankje zitten om even bij te komen. Daar genoten ze even van het heerlijke beeldje. Grote Daan bekeek het met zijn steenhouwersblik en zijn leergierige kleinzoontje luisterde naar wat Opi allemaal vertelde en hij genoot van de bewegelijke figuurtjes. Kleine Daan maakte een foto van Opi naast het beeldje. ‘Ik doe voortaan alle foto’s en info in mijn zakboekje Oop!‘ ‘Dan kan ik alles steeds terugzoeken.’ ‘Weet je nu waar we zijn?’ ‘Ja, dat staat daar op het straatnaambordje.’ ‘Niet verraden,’ zei Oop,’we vragen het eerst aan de lezers.’ ‘Maar nu appeltaart eten bij Omi, jij ook een stuk Joop?’

Bij de foto's:

De fietstaxi van Joop

Attiek met rococokuif en Mercurius op Singel 36

Oekie op Singel 266

‘De aankomst van Sint’ boven ‘Café Capteijn¬† en Co,’ Hoek Binnenban-tammerstraat /Kromme Waal

Als u weet waar dit staat, laat het Gijsbreght weten via deze link

 

Mewacksjei Jousjer

Toen de immigratie van joden rond 1600 op gang kwam stelde het stadsbestuur de eis dat diensten goed georganiseerd werden en dat verstrooiing en afscheidingen vermeden dienden te worden. Daar hadden de parnassijnen geen probleem mee en ze organiseerden de gebedsdiensten in twee delen, die van de uit het Iberisch schiereiland afkomstige (Sefardim) en die uit het oosten afkomstige (Asjkenazim). Maar arme joden hadden moeite met de hoge bijdragen die deze grote gemeenschappen eisten en richtten stiekem in huiskamers of kleine zaaltjes illegale synagogen in.
Bij ontstaan van de Bataafse Republiek kregen de joden volledige burgerrechten en volledige vrijheid van godsdienst. Direct scheidden zich kleine groepen, vooral uit Oost-Europa, af om de hoge kosten te vermijden of om wat voor andere redenen dan ook. De komende weken willen wij er een paar belichten.
In de Nieuwe Hoogstraat 17 - in lokaal 'Rondeel' - richtte de synagogevereniging Mewacksjei Jousjer (zij die het juiste zoeken) in 1857 een synagoge in. Toen dat pand in 1874 afgebroken moest worden om de St.Annaschool te kunnen bouwen, verhuisde men naar Sint Antoniesbreestraat 36 in hetzelfde woonblok. Dat pand werd in 1927 verbouwd en kreeg een nieuwe voorgevel (foto). Het was een sjieke synagoge die gesticht was door een aantal beurshandelaren. De bijdrage die leden betaalden bedroeg zeven cent per week.
Het nieuwe pand was zó smal dat 'Rondeel', de naam die men had gedacht mee te nemen, snel verbasterd werd tot 'Smaldeel'.

Er circuleerden allerhande negatieve redenen waarom deze synagoge gesticht was. De contributie van de Grote synagoge kon het voor beursmensen niet zijn. Juist het feit dat het beurshandelaren waren zou wel eens de reden kunnen zijn. Van de beurs kwamen zij door de Nieuwe Hoogstraat gewandeld en konden zo hun middaggebed zeggen. Gemakzucht dus! Waarschijnlijker, maar net zo weinig bevestigd, is de weerstand tegen de benoeming van voorzanger I. Heymann in hun vorige synagoge.
Men kon alleen lid worden van deze synagoge via ballotage van een bestaand lid. Er stonden boetes op luidruchtig gedrag tijdens de dienst die konden oplopen tot verwijdering.

In de 20ste eeuw verarmde de vereniging aanzienlijk zodat een eenvoudige diamantair het tot weldoener kon schoppen.
Als antwoord op het fanatieke christelijke zendingswerk onder joodse jongeren richtte men een eigen jeugdvereniging (bachoerei) op. Dit geheel wist zijn werk voort te zetten tot voorjaar 1943. Toen viel het doek.
Tijdens de laatste jaren van de oorlog viel de leegstaande synagoge ten prooi aan jagers op brandhout, zoals zo veel leegstaande panden in de Jodenbuurt. Bij de aanleg van de metro en aansluitend de reconstructie van de Sint Antoniesbreestraat is het pand - of wat er van over was - verdwenen voor nieuwbouw.

Bij de foto's:

De nieuwe gevel van 1927 (SAA)

De sjoel met op een balkon achterin de vrouwengalerij (SAA)

De Heilige Arke voor de wetsrollen en daarvoor de ruimte voor de voorzanger (SAA)

Zomaar...

De Fransman Gaston Braun, de jongste zoon van uitgever Adolphe Braun, werd beroepsfotograaf. In 1864 verlegde hij kortstondig zijn werkterrein van Mulhouse (Fr) naar Amsterdam. Hier maakte hij een bescheiden serie stadsgezichten, die hij via papa’s uitgeverij aan de man bracht. Daaronder waren veel stereofoto’s. Hij was gefascineerd door het waterrijke stadsbeeld van Amsterdam; minstens driekwart van zijn foto’s vertonen grachten, kanalen, havens, schepen, bruggen, enzovoort.

In 1864 stond Braun op de Luiebrug over de Overtoomsevaart en richtte de camera in zuidelijke richting. De voorste molen is De Roozenboom die ogenschijnlijk nog helemaal intact was maar in 1855 al door stoomkracht werd aangedreven. In 1877 zou de molen reddeloos afbranden.
De tweede molen is De Vier Winden die in 1870 naar Beverwijk zou verhuizen. Deze molen stond t.o.v. de andere molens iets verder van de vaart af. Na afbraak van de molen kwamen de geraamten van een vrouw en twee mannen tevoorschijn.
De derde molen is De Spinder en dit zou wel eens de laatste foto van die molen kunnen zijn. Hij brandde op 30 november van datzelfde jaar nog helemaal af.
De volgende molen stond al voorbij de Pestbrug en heette De Lelie. Deze zou in 1878 afgebroken worden.

De volgende molen is grotmolen De Wolf. Dat 'grot' slaat op de sloot die vanaf de vaart direct in de molen eindigde, zodat de schuiten binnen de molen kunnen worden gelost en geladen. Tussen beide laatste molens had er nog een gestaan: De Hoornsche Jagt die in 1863 was afgebroken. De Wolf stond precies op de grens van de stadsvrijheid van Amsterdam. Na 1835 werd dat na lange onderhandelingen met Nieuwer-Amstel de stadsgrens. Zie de stippellijn op de kaart uit 1881 hieronder, waarop ook de locaties van de zes molens op staan.

Links een tekening van Gerrit Lamberts uit ±1820
Afbeeldingen: Stadsarchief A'dam

Deze week honderd jaar geleden

Zaterdag 22 november 1919 - Om kwart voor 10 zette zich op de Nieuwe Achtergracht bij het Weesperplein de rouwstoet in beweging die de lijkbaar van Domela Nieuwenhuis naar zijn laatste rustplaats zou brengen. Ongeveer 7000 mensen volgden en langs de straten stonden nog eens vele duizenden. Opvallend was de eensgezindheid onder de socialisten die elkaar kort daarvoor nog in de haren vlogen: een groot socialist was heengegaan. Deze eensgezindheid voorkwam niet dat de begrafenisstoet meer weg had van een politieke betoging, met vlaggen en spandoeken die het eigen gedachtegoed verkondigde.

Het zou meer dan 10 jaar duren voor een herdenkingsmonument voor Domela Nieuwenhuis op het Nassauplein opgericht ging worden. Zijn weduwe Bertha Godthelp onthulde het op 29 augustus 1931.

Donderdag 27 november 1919 - Als (een beetje laat) eerbetoon leggen Deense marineofficieren een krans op het graf van Michiel de Ruijter in de Nieuwe Kerk. Dit voor De Ruijters aandeel in de Noordse Oorlog van Denen tegen Zweden in 1659. Op het schilderij links de bewuste Slag op de Sont.
In bijzijn van de Deense consul en Nederlandse marineofficieren vond de plechtigheid namens de Deense regering plaats. De hoogste officier in rang hield een toespraak waarin hij admiraal De Ruijter en het hele Nederlandse volk bedankte voor de bewezen dienst. De Denen waren in Amsterdam met hun kruiser Valkyrien die vriendschappelijke bezoeken aflegde in Europese steden. De kruiser was al op 23 november in Amsterdam aangekomen. Donderdagavond vertrok de Valkyrien naar Bordeaux.

Oude afleveringen

Hieronder weer een keuzemenu naar oude afleveringen van het jaar 2019. De keuze 2014 t/m 2018 leidt naar de laatste aflevering van het betreffende jaar, met onderaan een eigen menu voor dat jaar.

2014 2015 2016 2017 2018 wk01 wk02 wk03 wk04 wk05 wk06 wk07
wk08 wk09 wk10 wk11 wk12 wk13 wk14 wk15 wk16 wk17 wk18 wk19
wk20 wk21 wk22 wk23 wk24 wk25 wk26 wk27 wk28 wk29 wk30 wk31
wk32 wk33 wk34 wk35 wk36 wk37 wk38 wk39 wk40 wk41 wk42 wk43
wk44 wk45 wk46 wk47 wk48 wk49 wk50 wk51 wk52 Oudjaar    
 

Aanmelden voor deze digitale uitgave    -    Afmelden voor deze digitale uitgave